GANS

Algemeen

Ganzen zijn grote, zwaargebouwde watervogels. Ganzen zijn gespecialiseerd in het grazen en leven vaak op het land. Daarvoor hebben ze sterke, vrij lange poten, die midden onder het lichaam geplaatst zijn. Hierdoor kunnen ze goed lopen.

Het woord gans wordt ook gebruikt voor een vrouwelijke gans. Het mannetje noemt men ganzerik of gent.

Ganzen hebben een middellange hals en een krachtige kegelvormige snavel. Aan de bovensnavel zit een zaagrand. In vergelijking met de zwanen zijn ganzen kleiner en compacter.

Volwassen vogels ruien alle slagpennen tegelijkertijd en kunnen daardoor ongeveer 1 maand niet vliegen. De rui valt meestal samen met de periode waarin de jongen zich in het nest bevinden. Anders dan bij eenden hebben bij ganzen de mannetjes en vrouwtjes eenzelfde verenkleed.

In deze rubriek behandelen we uitsluitend tamme ganzen en wilde ganzen.

Recettes


RecetteNiveauFoto