Nederlands English Deutsch
Facebook LinkedIn Twitter

Jagers zijn verantwoordelijk voor de natuur

Wildbranche > wildbeheerDoor wegenaanleg, stadsuitbreiding en huizenbouw is de ruimte voor natuur in Nederland steeds verder geslonken. Toch leven in ons land veel dieren in het wild. Dit is mede te danken aan het fauna- en natuurbeheer door ongeveer 26.500 jagers die veel werk in het veld verzetten. De Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV) behartigt de belangen van de jagers en is deskundig op het gebied van jacht, schadebestrijding en faunabeheer.

De KNJV is een landelijke organisatie en telt ongeveer 21.000 leden. Zij verricht onderzoek naar de ontwikkeling van wild en schadeveroorzakende soorten en geeft adviezen aan wildbeheereenheden (WBE’s, lokale samenwerkingsverbanden van jagers) voor het beheer van diersoorten in hun leefomgeving.

De taken en verantwoordelijkheden van de jager zijn vastgelegd in de Flora- en faunawet. De jager streeft in het gebied naar een wildstand die enerzijds geen bedreiging vormt voor onder meer land- en bosbouw en openbare veiligheid en anderzijds de dieren een optimaal leven verschaft.

Jagen is duurzaam gebruik maken van de natuur

De jager gaat bij het jagen uit van het principe ‘duurzaam gebruik’ uit de natuur, in Europa ook wel ‘sustainable hunting’ of ‘wise use’ genoemd. Hij oogst een gedeelte uit de populatie, zodanig dat de stand op een goed niveau blijft. De KNJV is van mening dat duurzame jacht bijdraagt aan het behoud van de biodiversiteit, daarom heeft de KNJV zich aangesloten bij Countdown 2010.

Bijna alle landen van de wereld kwamen in 2002 in Rio de Janeiro (Brazilië) bij elkaar voor de Wereldtop over Duurzame Ontwikkeling. Zij beloofden om per 2010 een belangrijke reductie in het huidige verlies van biologische diversiteit te bereiken.

Countdown 2010 en zijn partners assisteert regeringen wereldwijd om dit biodiversiteitsdoel te bereiken. Er wordt door een groot aantal activiteiten op alle niveaus aandacht gevraagd voor het behoud van biodiversiteit; beslissingsnemers worden opgeroepen hun uiterste best te doen om hun belofte om de biodiversiteit te redden na te komen, en zelf actie te ondernemen om het verlies van biodiversiteit tegen te gaan.

Jagers zijn vanuit hun interesse intensief betrokken bij het beheer van diersoorten en biotopen (habitats) en zijn vaak de eersten die het verlies aan biodiversiteit opmerken. Jagers zijn bovendien al vele jaren betrokken bij het herstel en creëren van biotopen, waardoor het verlies aan biodiversiteit wordt tegengegaan. Om die reden besloot het Landelijk Bestuur van de KNJV om de vereniging aan te melden bij het Countdown 2010 initiatief.

Jagers zijn vrijwillige dienstverleners

Als er door faunasoorten schade is aangericht (of dreigt) aan de landbouwgewassen, verleent de jager op verzoek van de betreffende boer zijn diensten. Ook tellen jagers diersoorten, zodat een goed beeld kan worden verkregen van de populatieontwikkeling van deze dieren. Jagers zetten zich daarnaast in voor zogeheten biotoopverbetering door de leefomstandigheden van in het wild levende dieren te verbeteren.

Ook plaatsen ze wildspiegels om aanrijdingen te voorkomen en wordt wildschade bestreden. Verder hebben jagers een belangrijke signaleringsfunctie voor wat betreft stroperij. Hierbij werken ze samen met boeren, terreinbeheerders en handhavers. Van het diervriendelijke beheer van slootranden, bermen, perceelsranden en het aanplanten en onderhouden van houtwallen profiteert niet alleen het wild, maar ook vlinders, vogels, marterachtigen en andere beschermde dieren varen daar wel bij. En dat is weer goed voor de biodiversiteit.

Jagen, beheren en bestrijden

In de herfst en winter wordt het meeste wild gegeten, want dat is de periode dat er op de wildsoorten wordt gejaagd. De jonge dieren zijn dan zelfstandig en de populatie is het grootst. De Flora- en faunawet kent in Nederland vijf wildsoorten met een eigen jachtperiode: haas, konijn, fazant, wilde eend en houtduif.

De patrijs is ook een wildsoort, maar daar mag vanwege de lage stand niet op gejaagd worden. Verder worden jagers het gehele jaar door ingeschakeld voor het beheren van populaties grote hoefdieren: reeën, edelherten, damherten en wilde zwijnen en het voorkomen en bestrijden van schade; bijvoorbeeld ganzen. Daarmee is er ook het gehele jaar door aanbod van wild voor consumptie. Zomers is wild bijvoorbeeld uitstekend op de barbecue te bereiden.

Jagers helpen dus ook bij de bestrijding van (dreigende) land- en bosbouwschade: landbouwgewassen en jonge bosaanplant vormen voor veel dieren een aantrekkelijke voedselbron. Zij eten deze gewassen op, bevuilen of vertrappen ze, of wroeten akkers om. De grondgebruikers moeten veel doen om wildschade aan hun gewassen door bijvoorbeeld wilde zwijnen en ganzen te voorkomen. Daarvoor plaatsen zij knalapparaten, vlaggen en linten, vogelverschrikkers en afrasteringen. Als deze middelen de schade niet afdoende beperken, doen land- en bosbouwers een beroep op jagers. Ook komt het voor dat de overheid ‘rechtstreeks’ een beroep doet op de wildbeheereenheden (samenwerkingsverbanden van jagers), denk bijvoorbeeld aan het schieten van ganzen in een zone rondom Schiphol in het kader van de vliegveiligheid.

Wildbeheereenheden

Om hun werk goed te kunnen doen, werken jagers samen in wildbeheereenheden (WBE’s) Deze eenheden hebben gemiddeld een oppervlakte van zo’n 5.000 ha. Voor een goede afstemming en coördinatie van jacht, beheer en schadebestrijding is er een landsdekkend netwerk van 300 WBE’s. Zij brengen bijvoorbeeld populaties in kaart en voeren provinciale faunabeheerplannen uit. De verzamelde faunagegevens worden landelijk verzameld in de WBE Databank van de KNJV en vormen een deel van de onderbouwing voor de faunabeheerplannen.

Een belangrijk element in het werk van de WBE`s is het verbeteren van de leefomgeving, de biotoop van het wild. Door de invloed van mensen zijn grote delen van Nederland erg wildonvriendelijk geworden. WBE`s proberen hier wat aan te doen, door:

  • het onderhouden en aanleggen van houtwallen;
  • het inplanten van zogenaamde overhoeken: stukken van het terrein, waar de boer niet met zijn moderne machines kan werken;
  • het aanleggen van wildakkers, waar zowel voedsel als dekking voor het wild aanwezig is;
  • het bemiddelen en adviseren bij het braakleggen van landbouwgronden ten gunste van het wild;
  • het aanleggen en onderhouden van kleine poelen en plassen ten behoeve van broedgelegenheid en rust voor het waterwild. Ook andere vogelsoorten, amfibieën en insecten profiteren hiervan;
  • het plaatsen van wildspiegels om aanrijdingen met wild te voorkomen;
  • wildredders aan agrariërs ter beschikking te stellen om maaiverliezen te voorkomen;
  • wildtrappen te plaatsen: beklimbare stukken langs de kade waar het te water geraakte wild de steile kant van een kanaal kan beklimmen.

 

Provinciale samenwerking in faunabeheereenheden

Jachthouders als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Provinciale Landschappen, ‘de landbouw’, particuliere grondeigenaren en de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (KNJV) werken op provinciaal niveau samen in een Faunabeheereenheid. De Faunabeheereenheden schrijven een faunabeheerplan dat de basis is voor de uitvoering van het provinciale faunabeleid. Op grond daarvan worden ontheffingen verleend voor het afschot van de beheer- en schadesoorten. Bijvoorbeeld ter regulatie van het aantal reeën ter voorkoming van verkeersongelukken. Grote aantallen zorgen voor veel onrust, waardoor deze dieren wegen oversteken, op zoek naar nieuwe leefgebieden.

De Flora- en Faunawet is de basis

De basis van de uitvoering van het Nederlandse wildbeheer ligt in de Flora- en faunawet. In deze Flora- en faunawet worden de eisen aan en de verplichtingen van de jager omschreven. Eén van die eisen is dat men na een intensieve opleiding een pittig jachtexamen moet afleggen, voordat gejaagd mag worden.

Er wordt in beschreven dat de jager verplicht is de wildstand op peil te houden en schade door wild aan bos en landbouw te voorkomen en te bestrijden. Ook worden in de Flora- en faunawet bijvoorbeeld de eisen weergegeven waaraan een jachtveld moet voldoen, namelijk een minimum afmeting van 40 ha aaneengesloten gebied.

Wild eten

Het eten van wild is altijd populair geweest: het is lekker vlees zonder kunstmatige kleur- en smaakstoffen. Om dit vlees op tafel te krijgen, moet er gejaagd worden. De intensiteit van de jacht in Nederland is afhankelijk van de wildstand of de mate waarin dieren schade veroorzaken. Het afschot wordt dus niet bepaald door de vraag naar wild. En dat is maar goed ook, want er is zoveel vraag dat 95% van het geconsumeerde wild moet worden geïmporteerd.

Meer weten?

Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging
Postbus 1165, 3800 BD Amersfoort
Tel: 033 – 4619841
Fax: 033 – 4651355
Internet: www.knjv.nl
E-mail: info@knjv.nl