Nederlands English Deutsch
Facebook LinkedIn Twitter

Recepten Haas

Hazenrugfilet met gebakken bloedworst

Afdrukken

Niveau: 3 | Bereidingstijd: meer dan 2 uur | Menugang: hoofdgerecht

Ingrediënten

1 volle hazenrug, compleet 2 à 3 grote aardappelen van een smakelijk ras (bijvoorbeeld Rozeval), 100 g bloedworst met een doorsnede van circa 5 cm, roomboter, 2 grote uien, 1 el Balsamico azijn, 4 el goede olijfolie, zout en peper.

Bereiding

Maak een vinaigrette van de Balsamico azijn en olijfolie. Doe er naar smaak wat peper uit de molen en zeezout, eveneens uit de molen, bij. Maak de uien schoon en snijd ze in kleine blokjes. Bak deze in roomboter tot ze bruin zijn. Doe er zoveel water bij dat ze net onder staan en laat ze 4 uur zachtjes smoren. Opletten dat de uien niet aanbranden. Zorg ervoor dat aan het eind van de kooktijd het water verdampt is. Op smaak brengen met zout en peper.

Schil de aardappelen en snijd ze in plakken van een halve cm dikte. Snijd ze in rondjes met een diameter van 4 cm. Kook ze nèt gaar en giet ze af. Doe ze in een bak en breng ze op smaak met een beetje van de vinaigrette en wat extra zout en peper.

Bestrooi de hazenrug met zout en peper. Braad de rug om en om aan in hete botter en laat het vlees doorgaren in een oven van 150°C. Dit duurt ongeveer 10 - 15 minuten. Neem de rug uit de oven het wikkel deze in aluminiumfolie. Nog eens 15 - 20 minuten laten rusten. Neem vervolgens de filets van het karkas en snijd ze in 8 plakjes.

Snijd de bloedworst in 12 plakjes. Bak deze om en om in hete boter (circa een minuut aan iedere kant) en laat ze uitlekken op keukenpapier.

Maak de gesmoorde uien warm.

Serveertip

Leg op de borden aan de bovenkant een plakje hazenrug. Leg hier een plakje aardappel en een plakje bloedworst dakpansgewijs tegenaan. Herhaal dit nog eens en eindig met een plakje hazenrug. Modelleer met twee eetlepels de gesmoorde uien tot twee langgerekte 'bergjes' en leg deze aan weerszijden van het rijtje haas/aardappel/bloedworst. Schep de vinaigrette er overheen en naast. Dit gerecht is het lekkerst wanneer het lauwwarm op tafel komt.

Bron: Jaap Vissering